Slagingspercentage ophogen door oprichten meerdere rijschoolbedrijven is toegestaan

Slagingspercentage ophogen door oprichten meerdere rijschoolbedrijven is toegestaan

Tweede Kamerlid Farshad Bashir vroeg eind februari door middel van Kamervragen aan de minister welke mogelijkheid zij heeft om te voorkomen dat rijschoolhouders verschillende bedrijven optuigen en op die manier hun slagingspercentage kunstmatig hoog houden. Bashir liet weten dat hij vindt dat de minister maatregelen moet nemen om ervoor te zorgen dat ‘deze rotte appels’ hun percentages niet meer op kunnen hogen.

Slagingspercentage

Door meerdere bedrijven op te richten en apart in te schrijven bij het CBR, kunnen rijscholen hun slagingspercentages kunstmatig opkrikken. Het leerlingenbestand kan immers worden verdeeld. Door de succesleerlingen en de minder goede kandidaten onder andere registratienummers examen te laten doen, wordt het slagingspercentage van alle betere leerlingen samen niet ‘vervuild’.

Met de naam van het bedrijf met de ‘supertalenten’, kan de rijschoolhouder vervolgens reclame maken op websites en in advertenties. Want wanneer een rijschool bijvoorbeeld 20 goede leerlingen onder de naam A onderbrengt en 15 ervan slagen in één keer, dan is de 75 procent bereikt. Ongeacht hoe de ‘slechte’ leerlingen onder de naam B het ervan af hebben gebracht.

Rijschool

“Rijschoolhouders verdienen de aandacht van de politiek. Het kabinet moet werk maken van de problemen waar ze mee te kampen hebben”, zo stelde Bashir.  Maar volgens de minister is het scheiden van succesleerlingen en minder goede leerlingen over verschillende bedrijven dus niet illegaal, zo blijkt.

“Het klopt dat bij het CBR bekend is welke rijschool een examen aanvraagt. Hiervoor moet een rijschool namelijk ingeschreven staan bij het CBR. Voordat een rijschool een examen bij het CBR voor een kandidaat kan aanvragen moet de kandidaat de desbetreffende rijschool machtigen. Bij het CBR is daarom ook bekend welke rijschool voor een kandidaat een examen heeft aangevraagd”, zo voegt de minister daaraan toe in haar schrijven.

CBR

De examinatoren van het CBR controleren voor het afrijden van de kandidaat of de naam van de rijschool op het examenvoertuig overeenstemt met de rijschool die het examen heeft gereserveerd, zo laat ze weten. Mocht dat niet kloppen, dan wordt het examen geannuleerd en zijn de kosten voor de rijschool.

De minister laat in haar beantwoording wederom weten de rijschoolbranche als een vrije markt te zien. “Zaken als prijsbepaling, het aantal lessen dat leidt tot een examen en de duur van de lessen zijn aan de markt. Zolang een rijschool zich aan de regels houdt, is het oprichten van meerdere bedrijven en het indelen van leerlingen op basis van hun rijtalent niet frauduleus.”

Kwaliteit

Volgens de minister is het van ‘groot belang’ dat de kwaliteit van een rijschool voor een rijbewijsleerling inzichtelijk wordt. Daarbij wijst ze op de Rijscholenkiezer van Stichting TeamAlert. “Zij heeft deze samen met de rijschoolbranchede ontwikkeld om de transparantie en de kwaliteit in de rijschoolbranche te verhogen. Een potentiële klant kan op de website verschillende rijscholen op basis van zowel objectieve als subjectieve gegevens zoals klantbeoordelingen tot een bewuste keuze komen.”

Het slagingspercentage van een rijschool is één van de factoren die tot een rijschoolkeuze leiden, zo schrijft ze. “Dit naast het aantal lessen, de prijs, de lesmethode, de kwaliteit van de rijinstructeur en het lidmaatschap bij een brancheorganisatie met een garantiefonds.”

Belastingdienst

Bashir vroeg in zijn Kamervragen daarnaast naar het fenomeen ‘foprijschool’: rijschoolbedrijven die worden gebruikt om belasting te ontduiken. Maar de minister ontkent dat het gebruik van meerdere bedrijfsnamen door een en dezelfde rijschoolhouder meteen invloed heeft op de belastingheffing. “Belastingheffing vindt immers plaats op het niveau van een onderneming of op persoonsniveau als de winst in de inkomstenbelasting belast wordt. De beschreven constructie leidt dan dus niet tot misleiding van de Belastingdienst.”

Wel heeft de Belastingdienst geconstateerd dat rijschoolhouders soms examens aanvragen onder de naam van de ene rijschool, terwijl gelest wordt bij een andere rijschool, zo geeft minister Schultz te kennen. “Reden hiervoor kan zijn om de inkomsten uit de rijlessen buiten het beeld van de Belastingdienst te houden.”

Monitoren

Om dit soort praktijken zoveel mogelijk te voorkomen werkt de Belastingdienst samen met onder andere het CBR. “Daardoor is het mogelijk de individuele rijscholen beter te monitoren op fiscaal gedrag. Op basis van de examengegevens van het CBR heeft de Belastingdienst getoetst of de omzetgegevens die rijscholen aan de Belastingdienst hebben doorgegeven, in lijn zijn met het aantal afgelegde examens door leerlingen van deze rijscholen.”

Die aanpak heeft ertoe geleid dat er bij enkele honderden rijscholen ongeveer 22 miljoen euro meer omzet is vastgesteld dat uit de oorspronkelijke aangiftes naar voren kwam. Een deel hiervan komt uit vrijwillige correcties door de rijscholen zelf, maar de meerderheid als gevolg van correcties door de Belastingdienst zelf, zo laat de minister weten.

Kwaliteit

“De bedrijven die aandacht hebben gehad, vertonen inmiddels een merkbaar beter gedrag”, zo stelt ze daarbij. Ze laat weten dat het monitoren van die groep de komende jaren plaats zal blijven vinden en dat waar nodig wordt opgetreden. “Met als doel het steeds verder verbeteren en versterken van de kwaliteit van de branche. Dit vindt plaats in nauw overleg met het Ministerie van Financiën en andere betrokken partijen.”

 

Bron: Verkeerspro.nl